woensdag 7 november 2012

6 november De dag waarop de snoeken geen dood aas lusten.

Ton woont in het geweldige vis-eldorado Noord Holland. Vandaar dat ik er graag naar toe ga. Zeker als het een uitnodiging van Ton en Roos betreft. Een dag heerlijk knutselen langs de vaarten en sloten en vervolgens gezellig met z'n drieën iets drinken en aan tafel. Wie wil zoiets niet?

De A2,  die vroeger veel van het plezier kon bederven, omdat de reistijd onvoorspelbaar lang kon zijn, vormt nu geen obstakel meer. Wel zie je het landschap meer en meer veranderen in asfalt en of ik daar nu blij van wordt??

Aangekomen in De Rijp blijkt de straat te zijn opgebroken. Ik zoek een alternatieve route maar loop vast op een hofje in de woonwijk. Lopend weet ik het huis van de familie Wels te bereiken. Daar wordt me verteld hoe ik wel moet rijden en even later staat de auto naast die van Ton en kunnen de spullen worden overgeladen. Maar eerst doen we een bakkie en dan zijn we zover.

De aasvissen staan al in de kofferbak en worden fris gehouden middels een zuurstofpomp. Ton wil zich verzekerd weten van verse vis en gebruikt geen diepgevroren aas. Na een korte rit bereiken we in een klein plaatsje een mooie vaart. Langs de oever kunnen we ons op de meegebrachte stoelen nestelen. Twee aasvissen zien hun leven beëindigd en worden in de takels gehangen. Dan gaan de lijnen het water in. Door de stroming worden de aasvissen keurig meegevoerd en kunnen we de vaart over de hele breedte piekfijn uitvissen.

Af en toe gebeuren er verschrikkelijke dingen tegenover ons. Het water spat uiteen en kleine visjes springen alle kanten op. Wij sturen onze aasvissen zo dicht mogelijk langs de actieve snoeken, die daar ongetwijfeld aan het jagen zijn. Maar hoe goed wij het ook proberen, onze dobbers vervolgen onverstoord hun weg in de oppervlakte. Als we geruime tijd bezig zijn en ook op verschillende plaatsen hebben ingeworpen, houden we het voor gezien. Echter niet nadat ik eerst nog een kunstaasje over de stekken heb gegooid.

Zo dicht mogelijk tegen het riet aan laat ik de Sizmic Toad zijn zoektocht naar snoek beginnen. Bij de derde worp is het raak. Een snoekje heeft de kikker gegrepen en wordt vervolgens door Ton in zijn nekvel gegrepen. Dus toch vis! Dit vraagt om een vervolg en andermaal gaat de toad tegen de rietkraag te water. Terwijl deze afzinkt, ziet Ton tot zijn verbazing dat de lijn weer strak wordt getrokken en nummer twee komt binnen.
Dit exemplaar is iets groter en evenzeer van harte welkom. Natuurlijk zijn we nieuwsgierig of er zich nog meer gegadigden schuilhouden in de vloeibare massa. En warempel, na enkele worpen is het nog een keer raak en wordt nummer drie even aan het water onttrokken.

Bijna waren we met lege handen vertrokken, maar het kunstaas heeft de actieve snoeken alsnog over de streep getrokken, tot grote verbazing van Ton. Ik ben helemaal in mijn nopjes.

Daarna wordt het een moeizaam gebeuren. We bezoeken diverse mooie stekken. Genoeglijk zitten we aan de kant en praten bij over van alles en nog wat. Tenslotte hebben we al een behoorlijk lange geschiedenis opgebouwd. Eigenlijk kennen we elkaar al sinds de oprichting van de Snoekstudiegroep Nederland België (SNB).
In die tijd namen we onze "zoontjes" mee die even oud waren.


Mijn zoon heeft al snel de brui gegeven aan het vissen, maar Maarten en Ton vissen nog steeds veel samen.
Ondertussen heeft de tijd niet stil gestaan en zijn de jongens mannen geworden. Maar we zijn natuurlijk altijd benieuwd hoe wij hen nu ervaren, op hun eigen levensweg en met hun eigen keuzes. De ontwikkelingen bij de SNB passeren de revue en nog veel meer dat onze wederzijdse interesse heeft.

Bij een interessante brug parkeer ik mijn succesvolle toad en baal. Gelukkig blijkt bij thuiskomst dat er nog een paar op reserve liggen. Maar wat we ook proberen, de vissen willen geen dood aas en geen kunstaas.
Bij een duiker krijgt Ton nog wel een aanbeet, maar de vis is niet genegen de dode aasvis zodanig te pakken dat deze gehaakt kan worden. Zelf krijg ik nog een aanbeet van een heel klein snoekje op een ondiep lopend plugje. Maar na enkele tellen valt het snoekje al weer van de plug.


Dan besluit Ton nog een stuk verder te rijden, naar een stek waar hij veel vertrouwen in heeft. Daar aangekomen herken ik een gewilde snoekstek uit de SNB periode. Nu plaatsen we onze stoelen, iets dat vroeger (zo'n 20 jaar geleden) zeker niet gebeurde. Al snel heb ik de indruk dat het dode aas hier ook niet erg in trek is. Dus ga ik aan de wandel met een plugje aan de lijn. Na vele inworpen komt ineens de gewenste dreun. Een stevige snoek heeft de plug tussen zijn kaken genomen. De dril liegt er niet om, maar de vis moet zich gewonnen geven. Dan kunnen er plaatjes worden geschoten van de Ikemen plug van Spro in de bek van een dikke 80'er.



Nadat de vis weer in zijn element is teruggekeerd , gaan we met frisse moed verder. Maar het mag niet meer lukken. Het dode aas, daar werd niet naar omgekeken. Het kunstaas vond wel aftrek en heeft er nog een goede dag gemaakt.

Thuis gekomen, kunnen we aan de wijn en dit laat ik me goed smaken. Heerlijk warm bij de haard in fijn gezelschap, zitten we na te praten. Ondertussen wordt de zuurkool met spek bereid. Wanneer we deze hebben genuttigd, is het tijd om de auto weer naar huis te brengen. Wat een geweldige dag toch weer. Zo wil ik het vissen nog heel lang volhouden!