vrijdag 12 augustus 2016

10 augustus 2016 Het gidsen wordt weer opgepakt.

Dan kun je wel lachen en blijft het een kunst ze beiden goed vast te houden.
Ondanks de matige weersvoorspellingen pakte het weer toch goed uit. Beiden hadden we er erg naar uitgezien om de (vis)draad weer op te pakken en zo ontmoeten we elkaar weer bij een trailerhelling om vervolgens snel het water op te gaan. Hoewel een paar vrienden een week eerder nog geen hand vol hadden kunnen vangen, waren we hoopvol gestemd. Achteraf waren we met 14 vissen (winde, roofblei en baars) en nog een behoorlijk aantal geloste vissen, heel tevreden.

Onze eerste vis, een springende winde.
We hadden in het begin vrijwel direct succes. Een hele forse winde greep een plug en koos vervolgens meerdere keren het luchtruim, zodanig dat ik even dacht met een forelachtige van doen te hebben. Hoewel de haak slecht zat, konden we door de voorzichtige dril de vis landen, terwijl deze de haak direct kwijt was.







Oefenen op het showen van de rugvin.
Hierna kwamen de baarzen aan de beurt. We wisten er meerdere te vangen, vrijwel allemaal boven de 40 cm. Hier en daar pikten we er eentje op. De kunst is vervolgens om die indrukwekkende rugvin goed tot zijn recht te doen komen op de foto. Hier hebben we dus op geoefend en het gaat steeds beter.


















Het gaat steeds beter.
Het gaat al steeds beter. Vooal het vertrouwen dat de vis voldoende op de hand rust om vervolgens de voorste vinstraal naar voren te duwen vergt wat oefening. Ook om vooral de vis te blijven zien en niet alleen maar handen en vingers.









Twee forse vissen in de double hook-up.
We haakten opeens beiden tegelijkertijd een vis. Daarbij kwamen de twee schepnetten goed van pas. Een forse winde landt je niet zo maar met de hand en grote baarzen heb ik op het laatst dikwijls verloren zien gaan. En zodoende kregen twee netten gevuld. Alvorens op de foto te gaan hebben we ze even samen in het grote net te water gelaten.


Omdat het toch lang zoeken was naar de volgende vis, besloten we harder stromend water te zoeken. Daar kon JP zijn nieuwste roofblei plug inzetten. Terwijl ik de boot in de harde stroming zo goed mogelijk op de plek hield, sloeg hij vast op de eerste roofblei. Geen grote, maar de harde aanbeet was er onmiskenbaar.







Aju!
Tijdens het slepen vingen we op hetzelfde water nog een baars en een roofblei van hetzelfde formaat, Toen was het tijd om terug te gaan en een specifieke stek met de verticaalhengel af te tasten. Dit leverde echter niets op en dus zetten de meest succesvolle methode nog een poosje voort. Ondertussen spotten we vogels en andere zaken die de moeite waard waren.







Het viel op dat vrijwel alle vissen voortijdig losten. We kregen dus wel aanbeten, maar blijkbaar onvoldoende overtuigend om de vis ook binnen te kunnen halen. Met andere woorden: wel beet, maar geen vis. Gelukkig wist in nog een grote baars te arresteren en vonden we met 14 vissen op de teller dat het mooi was geweest.