woensdag 28 augustus 2019

28 augustus 2019 Vissen als het jongetje van vroeger.

Ooit was ik hiermee op de tv: vis visie.
Reeds lang geleden was mij gevraagd om stuk een stuk privé-water karpers weg te vangen omdat ze het water te troebel maakten. Nu eindelijk kwam het ervan. Bij gelegenheid gooide ik wat voer in het water om de vissen te gewennen. Mais en tarwe had ik geweekt en gemengd met wat melasse, een oud recept. Althans voor mij.

















Giebel met bochel.
De  eerste keer dat ik ging, was het gelijk raak. Alleen wist ik nog niet precies wat ik gevangen had. Ik liet in ieder geval een grote zeelt en een brasem verhuizen en een karperachtige vis met een een bochel. Later zou blijken dat het om een giebel ging.





Jong en oud samen aan het vissen.

Omdat de familie ter plaatse ook onderdak biedt aan pleegkinderen, moesten deze natuurlijk ook deelnemen aan het spektakel. Voor mij betekende dit het tevoorschijn halen van twee vaste stokjes en lijntjes met dobbertjes. In eerste instantie visten we met brood, maar ik kocht al snel wat maden, omdat deze beter houden op de haak en lekker bewegelijk kunnen zijn.






Deze mogen echt verhuizen; brasems
Gelukkig kreeg ik de eerste ochtend nog geruime tijd de kans om op mijn gemak te vissen en wist zo dus drie soorten te vangen en bovendien van flink formaat. Toe kwam Quinten erbij en moest deze achtjarige flink worden bezig gehouden. Het was in het begin nog flink klungelen met de materialen die in voorgaande jaren niet waren gebruikt. Dat gold overigens ook voor karperhengels, die uit de mottenballen moesten komen. Dit had ik echter ruimschoots van te voren al gedaan.




Samen met een vast stokje en een dobbertje
Nu moest ik ter plekke kijken wat er nog geschikt en bruikbaar was. Met een klein hengeltje ging ik met Quinten aan de slag. Leren hoe er ingeworpen moest worden en een stukje brood/deeg op de haak moest worden gezet. Het leerde redelijk snel, hoewel de afstand tot het water een klein probleem vormde.

Een gehaakt visje viel er op de kant af, maar miste de opening van het leefnet, waarin de zeelt en gebochelde giebel verbleven. Een quick release dus. Helaas kwamen er geen andere visjes meer uit en moest ik ook de andere hengels in de gaten houden. Toch een leuke ochtend zo.










Een volgende ochtend verliep minder geruisloos. Met drie kids om me heen was het een druk gedoe. Er was één manneke bij die wel kon vissen en die liet ik geruime tijd op mijn hengels passen. Ondertussen was ik met Quinten en Didier bezig om ze de kunsten van het vissen bij te brengen. Nu werd er met maden gevist en dit pakte goed uit. Toch waren de vissen niet heel erg actief. Dat deerde de mannen niet want ze hadden het uitgebreid over games e.d..

Opmerkelijk was wel de angst van Didier voor vissen. Zodra er een het water uit kwam volgde er een kreet en vastpakken was al helemaal uit den boze. Van de ander hengels kwamen drie giebels in het leefnet terecht, in de hoop dat ze er zouden blijven. Bij het ophalen van het oude leefnet, bleek dit niet het geval. Op zich niet erg, want ze zouden toch terug zijn gegaan.

Bittervoorntjes die het kapotte leefnet ingezwommen waren.
Wat echter wel heel bijzonder was: er was een groep kleine visjes door het gat het net ingezwommen. Ik heb er met de telefoon (andere camera was vergeten) een paar onduidelijke plaatjes van gemaakt. Deze heb ik, samen met afbeeldingen van de giebels, voorgelegd aan Sportvisserij Nederland en zo werden mijn vermoedens bevestigd. Het ging om giebels en bittervoorntjes.





Wat een avontuur en wat een ontdekkingen. Nog nooit eerder was ik met deze vissen aanraking gekomen. En het werd me ook steeds duidelijker dat dit water een paradijsje is, waar je hooguit brasems uit zou moeten verwijderen, De goud - en graskarpers, zou ik mooi laten zitten als ze zich laten verleiden. Wat een bijkomend fenomeen was, betrof de ijsvogel die af en toe langs kwam vliegen.

Ook een forse zeelt voor Ome Gerrit
Een volgende ochtend kwam Ome Gerrit ook vissen. Hij had in jaren niet gevist en moest opnieuw leren aanslaan. Geleidelijk aan kwam dit weer op gang en zo ving hij een prachtige zeelt. Ondertussen was ik weer met Quinten in de weer, die ook regelmatig even bij ons kwam zitten. Het was gewoon gezellig met af en toe een vis. Ook nu weer veelal giebels. Ongelofelijk.




Allemaal giebels
Na het vissen liet ik consequent voer achter voor de volgende sessie. En dat dit werkte bleek wel.
De voorlopig laatste ochtend kwamen er vijf giebels te voorschijn. Drie aan de karperhengels  en twee aan het vaste stokje waarmee Quinten viste. Hij was bijzonder succesvol deze ochtend. Ik had ondertussen de tuigjes op orde en dit maakte het gereed maken een stuk eenvoudiger. Bovendien had ik een nieuw leefnet aangeschaft.

Vissen vast leren pakken, zonder bang te zijn.



In de emmer water verdwenen vandaag behalve ruisvoorn, blankvoorn en bleitjes ook een paar baarsjes en één groter exemplaar. Quinten was dus weer van de partij en werd steeds trotser. Toch moest zijn durf om een vis aan te pakken nog flink worden opgekrikt. Eerst volstond hij met het aaien van de gevangen vissen, maar nu daagde ik hem uit om de vissen met de hand vanuit de emmer inde sloot te laten vallen.

Ik liet hem met zijn handen een kommetje maken en ze zo te vangen in de emmer.  Uiteindelijk heeft hij hierin wel stappen kunnen zetten. Ook heeft hij geleerd hoe een made of een stukje mais aan de haak te bevestigen en zoals gezegd; hij ving twee giebels! Wat een gek idee als je zelf nu voor het eerst in je (gepensioneerde) leven giebels en bittervoorntjes in levenden lijve zien.






Het werden mooie dagen en gezellig ook. Ik had er wel enigszins tegen op gezien, maar die angst werd niet bewaarheid. Nu zijn de vakanties bijna voorbij en zal ik het dus eens wat rustiger aanpakken. Overigens een leuke afwisseling ten opzichte van het bootvissen en dan het gedoe met vaste hengels en dobbertjes. Je gaat je er weer jong bij voelen, met die jonge gastjes, die bovendien iedere ochtend met koekjes en koffie aan komen zetten. Zo houd ik het wel vol bij het vissen!