woensdag 19 juni 2019

19 juni 2019 Pluk de dag.

Solo-vissen: de visser blijft dus uit beeld.
Ik heb geen afspraken en kijk uit naar een dagje rommelen voor mezelf. Hoewel ik een vroeger tijdstip in gedachten had, is het om 6.30 uur zover. In m;n eentje tuf ik het water op. Al hoewel ik heb er flink de vaart in. met het "snelvaren" vlaggetje wapperend in de wind, zoek ik de rivier op.

Ik heb het water duidelijk niet voor mij alleen. Drie andere boten hebben al stelling genomen. Ik kijk naar andere opties en pruttel een poosje tegen de stroom in met twee pluggen in het kielzog. Hiervoor is echter geen merkbare interesse. Een poosje verticalen levert evenmin enige reactie op. Dan maar direct een heel stuk verder.

Aangekomen bij een gekende stek, die overigens dikwijls onbewoond lijkt, ga ik lekker relaxed de bodem aftasten. Nu blijken er wel geschubde vrienden thuis.  Tjonge wat een aanbeten zeg. De shad wordt drie keer op rij geheel geïnhaleerd. De hengel wordt bijna uit je hand geslagen zo gretig zijn die snoekbaarzen.

Dat het kan verkeren is wel duidelijk. Lange tijd gebeurde hier niets en nu ineens is het raak. Toch lijkt er dan ineens niemand meer aanwezig te zijn. Daarom probeer ik het nog even in een andere hoek. Omdat daar evenmin respons komt vaar ik verder en sleep weer een paar pluggen mee.

Geen veertig cm en toch een indrukwekkende baars.
Twee aanbeten kan ik niet verzilveren. Een kleine snoekbaars en een baars weten de haak te lossen en geven mij het nakijken. Gelukkig weet ik twee andere vissen wel te landen, eveneens een snoekbaars en een baars. Verder trekken de tureluurs voortdurend aandacht middels hun drukke gekwetter.

De tureluur druk op zoek naar iets eetbaars.
Ik vertrouw het weer echter niet, omdat de lucht veel te donker wordt en ik af en toe een flits zie. De Buienradar laat me weten dat het geweld eerst over enkele uren los zal barsten. Een andere profeet vertelt me dat de regen over 20 minuten begint. Ik haal de hengels binnen en leg ze allemaal plat in de boot. Dan vaar ik richting de rivier, maar wild deze niet opvaren met die flitsen in de lucht.





Ik zoek een beschutte plek bij een sluis en dek veel van mijn spullen af, bijvoorbeeld met een poncho. Dan verlaat ik de boot en klauter naar boven. Daar vind ik een beschutte plek bij een schuur en laat de regen, donder en bliksem aan me voorbij trekken. Ik zie de lucht achter de buien al opklaren en wacht tot de buien volledig voorbij zijn.

Dan stap ik weer in de boot en vaar richting rivier. Ik heb een tijd afgesproken waarop ik het bevrijdende snelle vlaggetje weer in zou leveren en zie dat mij niet heel veel tijd meer rest. Toch probeer ik de succesvolle hoek van eerder nog een keer. Even denk ik dat het echt voorbij is, tot die keiharde beuk weer komt. Een dikke zeventiger snoekbaars doet mijn hart sneller slaan.

Nog een fraaie laatste verrassing.
Ik maak wel af en toe een foto van een vis op de meetlat, omdat het me te veel moeite is om een constructie voor mooie opnamen te bouwen. Nu heb ik in eider geval een paar afbeeldingen om dit verhaal te illustreren.

Dan sleep ik nog enige tijd langs een oever. Het water stroomt mooi, maar ik krijg biet één aanbeet. Dan vind ik het welletjes. Voordat de boot op de trailer gaat, breng ik nog wat vet aan op de rollen. Die begonnen toch een beetje te piepen en dat wil ik graag kwijt. Zo dat is ook weer gepiept. Mooie klusjes voor als je alleen op stap bent en er niemand staat te wachten.

Plotseling bedenk ik dat zich waarschijnlijk een flinke plons hemelwater heeft verzameld in de boot.  Ik trek de stop uit de boot en een flinke straal water stort op de helling en verenigt zich met het water in de plas. Ten slotte geef ik het vlaggetje weer af en kijk terug op een lekker ontspannen solo vistrip. Dit wil ik vaker gaan doen. Het liefst zonder onweer.