woensdag 2 oktober 2019

2 oktober 2019 Opnieuw met de dobber vissen, maar nu aan de matchhengel.

Een mooie afwisseling op het vissen met de boot op roofvis, zonder dobber dus!
Nu de gelegenheid daar is en het weer ook relatief goed, ga ik nog een keer achter de brasems aan. Dat wil zeggen dat er wel een bui kan vallen, maar toch overwegend droog weer. Bovendien heb ik nog wormen en maden gekocht en zijn we matchhengels opgetuigd.

Zo ga ik er op uit en na de noodzakelijke wandeling naar de stek, ga ik er eens lekker voor zitten. Twee hengels binnen handbereik en het schepnet eveneens bij de hand. Die laat ik daar altijd achter, zodat ik niet alles weer moet verslepen.

Brasems van flink formaat.
Ik heb nu iets kleinere haken in gebruik en presenteer maden of een combi me een kleine worm. Deze laatste schijnt erg in de smaak te vallen. Zodanig dat de vissen het af en toe presteren om die van de haak te toveren om de rest onberoerd te laten. Af en toe vraag je je wel eens af hoe ze het voor elkaar krijgen, zonder dat jij een aanbeet bespeurt.

Toch gaat het prima vandaag. Al snel heb ik twee kleinere brasems (ongeveer 25 cm.) over kunnen zetten. Ik voer af en toe wat maden bij en dat is het dan. Voldoende om meer vis te vangen, want twee vloermatten kunnen vervolgens ook worden verhuisd.

Af en toe komen de schapen langs.
Af en toe komen de schapen langs. Het is een koppeltje van zes stuks. Ze zijn behoorlijk schuw en maken zich snel uit de voeten als ik in de buurt kom. Blijkbaar zie ik er gevaarlijk uit in hun ogen. Misschien wennen ze nog aan me, als ik maar vaak genoeg kom.


















Blij word ik van de zeelten.
Blij wordt ik van de zeelten, die een echte dril verlangen. Hoewel die grote brasems er ook wat van kunnen hoor. Die zeelten houden het gewoon langer vol en maken me altijd weer blij. Wat zijn het toch mooie dieren, met dat guitige rode oogje. Deze zet ik terug in het zelfde water als waar ze gevangen zijn. Altijd een stukje verder op, om stek niet nog meer te verstoren dan de dril al heeft gedaan.



Guitige rode oogjes.


Soms loop ik even rond en kijk naar alle dingen die mijn aandacht trekken.  Dat zijn momenteel vooral de paddenstoelen, die in grote getale en in een grote verscheidenheid aanwezig zijn. Dit is dikwijls van korte duur zo heb ik gemerkt. Een flinke regenbui kan een snel einde inluiden.

Voor de vogels hoef ik niet van mijn zitplaats. Er zijn vooral veel kleine vogels die ik dikwijls niet herken. Vaak zitten ze te veel verscholen in de struiken en vliegen dan snel van struik naar struik. Als het blad gaat vallen komen ze beter in bereik van de camera. Even geduld dus nog.










De ijsvogel zie ik vrijwel iedere keer eens langs vliegen en de buizerds trekken ook voortdurend aandacht door hun bekende roep. Rit geld ook voor de alom aanwezige spechten, met hun specifieke vlucht. Zo vermaak ik me op deze plaats uitstekend.

Een stevige bui met windstoten doet de stoel bijna in het water belanden, als ik onder een struik sta te schuilen. Ik kan hem nog net grijpen voordat hij naar beneden tuimelt. Weer veel te snel is deze middag voorbij. Één giebel weet de aangeboden maaltijd te waarderen en een heel klein baarsje kan de worm evenmin weerstaan,

Heel veel paddenstoelen.
Onvoorstelbaar dat die baarsjes de haak naar binnen weten te krijgen. Eruit is dan ook niet altijd even makkelijk, maar met de nodige zorg lukt dat. Ze nodigen me uit om met een spinhengel het water eens te testen op grotere exemplaren.

Voldaan berg ik mijn spullen weer op en bij vertrek beloof ik de foto's van deze dag op te sturen. Zo blijven mijn gastheer en - dame op de hoogte van hetgeen ik daar achter bij de sloot aan het doen ben. Ik ben van plan een soort boekje samen te stellen met foto's, zodat zij deze ook aan de gasten van de B&B kunnen tonen. Dit zal even moeten wachten tot de winter mij dwingt meer thuis te zijn.

De één is meer groen - en de ander goudkleurig.