vrijdag 23 oktober 2020

23 oktober 2020 Onbegrijpelijk!

Forse baarzen vanuit het diepe midden.

De scholen hebben vakantie en dus heeft Ynze vrij. Na zijn switch wat werk betreft, ziet zijn leven er geheel anders uit en daar hoort de kalender van de scholen bij. Althans zolang de corona dit niet verstoort. Zijn telefoontje levert een afspraak op. We gaan naar een water dat hij makkelijk kan bereiken en hij is al gearriveerd, wanneer ik aan kom rijden. Ik stop bij zijn auto, zodat hij zijn spullen zo in de boot kan laden.

Bij de helling zie ik zwaailichten. Het zijn de lichten van een werkschuit die machines inlaadt middels een klep. Deze kun je overal laten zakken om de maaimachines, dat blijken het later te zijn, op de kribben af te zetten. Vooralsnog hebben wij er geen erg in en zien de boot vertrekken als wij de boot te water willen laten.

Ynze ontfermt zich over de boot, zodra deze op het water dobbert en ik breng de auto naar de parkeerplaats. Zodra ik terug ben stappen we in. Omdat het zicht erg beperkt is, worden we gedwongen om in de haven te blijven, tot de mist optrekt. Dezelfde beperking ervaren de roeiers ook, die graag de rivier op willen. Helaas leveren de rondjes door de haven geen vis op. 

Ze waren er weer volop, de zilverreigers in gezelschap van nijlganzen.

Op de vraag van een schipper of we de boot al vol snoekbaars hebben, antwoord ik, dat dit niet lukt zolang hij alles voor onze neus weg vangt. Een geintje die goed wordt begrepen. Even later blijft er een plug hangen, gevolgd door lijnbreuk. Echt zoiets waar je geen donder aan kunt doen. Het eerste offer is gebracht!

Eindelijk komt de zon er door en dit is nodig nu er geen wind staat. Wij gaan de rivier op en duiken direct tussen de kribben, waar een diep gat zit dat vol vis blijkt te staan. Een kribvak verder ligt ook al een boot. Een goed teken lijkt het ons.  We weten tot drie keer toe onze shads terug te halen, wanneer deze ergens onder water aan een obstakel blijven hangen. Dan zie ik ineens het obstakel in volle omvang op het scherm. Er ligt een boom, die we vervolgens links laten liggen.

Vol over de shad, met ratels, heen.

Hoewel er volop vis aanwezig is, blijft de buit beperkt tot één baars. ook de andere kribvakken leveren niets op en blijken bovendien ondieper en er huist nauwelijks vis. Dat er nog wel vis aast, blijkt uit het verlies van de staart van een shad. Wij gaan verder zoeken. Het is wel een beetje een puzzel, want de vis ligt diep. Bij een watertemperatuur van 12 graden, mag je dit mijns inziens ook verwachten. Zeker als er geen stroming staat.

Verbijsterd kijken we ondertussen naar een tractor op de andere oever, die aan het maaien is. We zouden waarschijnlijk helemaal niet gekeken hebben als het ding niet zo ontzettend veel kabaal had gemaakt. Dit was niet zozeer de tractor als wel de maaimachine die er achter hing. Ongelofelijk, de stenen vlogen in de rondte. Wanneer je langs die oever zou vissen, was je je leven niet zeker.

Geen twijfel over het jaargetijde: herfst dus.

Dan denk je nog dat dit een incident is en de chauffeur voorzichtiger zou worden om de messen in de machine te sparen. Niet dus! Hij ging onverdroten voort met het vernielen van de messen en het storten van stenen, basalt wel te verstaan, in de rivier. Wellicht een alternatief voor de langstrekken die elders gestort zijn? het gaat ons begrip te boven!

Wij gaan over op slepen op het midden van de rivier met relatief kleine pluggen, die diep lopen. En dit blijkt te werken, want er komen een paar forse baarzen in de boot. Dit blijkt eigenlijk ook de enige effectieve manier vandaag. Want wat wij verder ook proberen, niets wil lukken. Werpend proberen we een paar stekken uit en ook het verticalen op interessante stekken levert geen enkele aanbeet meer op.

Zo blijft deze vangst in de herinnering

Het weer is heerlijk en het zonnetje zet gelukkig door, zodat het echt genieten is. Zo af en toe weten we nog een mooie baars te vangen. Dat wil zeggen dat ze aan mijn hengels gaan hangen en zelfs het uitwisselen van vangende pluggen brengt Ynze geen geluk. Op het einde van de dag haakt hij dan alsnog, weliswaar de kleinste baars van de dag en wil dit wel vereeuwigd zien.
























Dan wordt onze blik gevangen door de maaimachines die via het landingsmechanisme van de werkschuit, op de oevers maaiwerk verrichten. Nu vragen wij ons eigenlijk altijd al af wat de zin hiervan is. Het is toch geen park dat onderhouden moet worden? En nu de mannen met de handmaaiers vervangen zijn door een compleet machinepark in combinatie met een landingsvaartuig, kun je concluderen dat er blijkbaar budget over was.

Wanneer een maaier is aangekomen bij wat bosjes, vragen we ons verwonderd af wat daar mee gaat gebeuren? Het mes gaat erin en even later is er geen bosje meer en dit gaat zo door, ook bij de andere machine, die elders werkzaam is! Ach natuurlijk! Het water mag niet worden tegen gehouden als er weer eens een overvloed aan regenwater over het stroomgebied wordt uitgestort of als de massa's sneeuw in de Alpen smelten. Wat dom dat we daar niet aan hebben gedacht!

De mooiste vis van Nederland, blijft de baars

Maar hoe zit het dan met de biodiversiteit, met de ijsvogels die onze gezonde natuur onderstrepen, met de natuurlijke oevers, met het voorkomen van te veel verdamping van het schaarse water en het vasthouden van vocht in de bodem om uitdroging te voorkomen? Het zal wellicht ook de leeftijd zijn, waarbij je leert dat je niet alles kunt begrijpen. Je denkt soms veel te weten, maar het tegendeel blijkt waar. 

Helaas kan ook Ynze me niet uit die boze droom helpen en hij is toch echt decennia jonger dan ik. Het is blijkbaar niet alleen een kwestie van leeftijd. Onder het motto "erger je niet, verwonder je slechts" gaan wij verder. De vissen laten het nu helemaal afweten en wij genieten van de zeilboten die het late windje benutten bij de langzaam ondergaande zon.

Heerlijk om zo op het water te zitten, wat een rust en sfeer.

Wij hebben uiteindelijk een heerlijke en gezellige visdag gehad. De shit laten we voor wat het is. De corona heeft ons tot nu toe met rust gelaten en ik houd de 1,5 meter voorlopig in stand, ondanks het feit dat we buiten geen gevaar zouden lopen. Het is wat mij betreft, net als met de mondkapjes, een kwestie van bewustzijn en elkaar erop blijven attenderen dat het gevaar nog niet is geweken. 

Ik kijk al weer uit naar de volgend trip die morgen op het programma staat. Waar naar toe, dat moet ik nog met JP overleggen en in die afweging nemen we de ervaring van vandaag mee.